Tweede Kamer neemt drie moties aan over digitale toegankelijkheid

De Tweede Kamer heeft op 29 september 2026 drie moties aangenomen die gevolgen kunnen hebben voor de digitale toegankelijkheid in Nederland. De moties richten zich op onafhankelijk toezicht op de digitale toegankelijkheid van de overheid, mogelijke uitbreiding van toegankelijkheidseisen naar onder meer private zorginstellingen en een rijksbreed plan voor digitale inclusie.

De moties zijn nog geen nieuwe wetgeving. Wel leggen ze drie onderwerpen nadrukkelijk bij de regering neer waarop de huidige aanpak nog duidelijke hiaten kent: toezicht, reikwijdte en centrale sturing.

Auteur

Vincent van Brakel

Als onderzoeker digitale toegankelijkheid voert Vincent ruim 8 jaar audits uit voor websites en apps. De focus ligt hierbij niet alleen op de criteria, maar vooral op de drempels voor de doelgroep en hoe we deze samen kunnen oplossen.

1. Onafhankelijk toezicht op digitale toegankelijkheid van de overheid

De eerste motie, ingediend door Kamerlid Kathmann, verzoekt de regering om uiterlijk eind 2027 een onafhankelijke toezichthouder voor de digitale toegankelijkheid van de overheid aan te stellen. Deze toezichthouder moet ook handhavingsmogelijkheden krijgen. De motie werd op 29 september aangenomen.

Dat is relevant omdat overheidsorganisaties weliswaar wettelijk verantwoordelijk zijn voor de toegankelijkheid van hun websites en apps, maar er op dit moment geen onafhankelijke toezichthouder met specifieke handhavingsbevoegdheden voor digitale toegankelijkheid van de overheid is ingericht. De overheid werkt momenteel met eigen verantwoordelijkheid, toegankelijkheidsverklaringen, het Dashboard DigiToegankelijk en de ontwikkeling van interbestuurlijk toezicht.

De cijfers laten zien waarom toezicht een belangrijk vraagstuk blijft.

Op 29 september 2026 stonden in het Dashboard DigiToegankelijk 9.093 websites en mobiele apps waarvoor Nederlandse overheidsorganisaties verantwoordelijk zijn. Daarvan voldeed 64% aan de wettelijke verplichting. Dat betekent tegelijkertijd dat ruim een derde een status D of E had en dus niet aan die wettelijke verplichting voldeed.

Slechts 9% van alle geregistreerde websites en apps had status A en voldeed daarmee volledig aan de toegankelijkheidseisen.

De wettelijke verplichting bestaat dus al. De naleving ervan is nog lang niet volledig.

2. Mogelijk toegankelijkheidseisen voor meer zorginstellingen

De tweede aangenomen motie is van de Kamerleden El Boujdaini en Vervuurt.

Niet iedere private zorginstelling, waaronder bepaalde ziekenhuizen, valt momenteel onder de publieke toegankelijkheidsverplichtingen uit de Wet digitale overheid. De motie vraagt de regering daarom te onderzoeken voor welke instellingen de WCAG-verplichtingen nu niet gelden, maar wel zouden kunnen worden toegepast. Daarbij moeten ziekenhuizen en private zorginstellingen expliciet worden meegenomen.

Als uit dat onderzoek blijkt dat uitbreiding mogelijk en wenselijk is, vraagt de motie de regering de toegankelijkheidseisen ook voor deze instellingen te laten gelden.

Dat kan relevant zijn voor bijvoorbeeld patiëntenportalen, websites en andere digitale zorgdiensten. Juist binnen de zorg kan ontoegankelijke digitale dienstverlening directe gevolgen hebben voor het zelfstandig kunnen vinden van informatie, maken van afspraken of gebruiken van online dienstverlening.

De precieze gevolgen zijn op dit moment nog niet bekend. Eerst moet worden onderzocht welke organisaties buiten de bestaande verplichtingen vallen en voor welke daarvan uitbreiding mogelijk is.

3. Een rijksbreed plan voor digitale inclusie

De derde aangenomen motie, van Kathmann en meerdere mede-indieners, vraagt om een rijksbreed plan voor digitale inclusie.

Dat plan moet meetbare doelen en een tijdspad bevatten voor onder andere:

  • het toegankelijk maken van websites;
  • het verbeteren van digitale vaardigheden;
  • het uitbreiden van fysieke informatiepunten;
  • het betrekken van ervaringsdeskundigen bij het ontwerpen van dienstverlening.

De regering wordt gevraagd de Tweede Kamer in het tweede kwartaal van 2027 over dit plan te informeren.

Daarmee wordt digitale toegankelijkheid nadrukkelijk onderdeel van een breder vraagstuk. Een technisch toegankelijke website alleen zorgt immers nog niet automatisch voor inclusieve dienstverlening. Ook vaardigheden, alternatieve contactmogelijkheden en het betrekken van mensen die daadwerkelijk barrières ervaren spelen daarbij een rol.

Opvallend verschil met de European Accessibility Act

De discussie over toezicht bij de overheid staat in contrast met de manier waarop het toezicht voor de European Accessibility Act (EAA) is ingericht.

Voor producten en diensten die onder de EAA vallen, zijn in Nederland verschillende bestaande toezichthouders aangewezen.

Zo houdt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toezicht op onder meer e-handelsdiensten en elektronische communicatiediensten. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op financiële dienstverlening. Daarnaast hebben onder meer de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, het Commissariaat voor de Media en de Inspectie Leefomgeving en Transport toezichthoudende taken.

De ACM controleert sinds 28 juni 2025 daadwerkelijk op de toegankelijkheid van diensten die onder haar toezicht vallen. De toezichthouder kan zelf websites en apps selecteren voor onderzoek en consumenten kunnen ontoegankelijke dienstverlening melden. In 2026 heeft de ACM digitale toegankelijkheid bovendien opnieuw als toezichtsonderwerp benoemd.

Voor private organisaties die onder de EAA vallen, is daarmee duidelijker geregeld wie controleert of de regels worden nageleefd.

Bij digitale toegankelijkheid van de overheid ontbreekt zo’n vergelijkbare onafhankelijke handhavingsstructuur op dit moment nog.

De moties zijn een goed begin, maar we zijn er nog niet

Met de drie aangenomen moties worden bestaande knelpunten rond digitale toegankelijkheid nadrukkelijk geadresseerd. Maar een aangenomen motie betekent nog niet dat de situatie direct verandert.

Voor onafhankelijk toezicht moet nog worden bepaald welke toezichthouder deze taak krijgt, welke bevoegdheden die krijgt en hoe handhaving er in de praktijk uit gaat zien.

Voor ziekenhuizen en private zorginstellingen volgt eerst een onderzoek. Pas daarna kan duidelijk worden of en hoe de wettelijke verplichtingen daadwerkelijk worden uitgebreid.

En ook het rijksbrede plan voor digitale inclusie moet nog worden opgesteld. De Kamer vraagt de regering hierover in het tweede kwartaal van 2027 te rapporteren.

Ondertussen blijven de bestaande toegankelijkheidsverplichtingen gewoon gelden.

Werk aan de winkel

De cijfers uit het Dashboard DigiToegankelijk laten zien dat daar nog veel werk ligt: 36% van de geregistreerde overheidswebsites en -apps voldoet momenteel niet aan de wettelijke verplichting en slechts 9% voldoet volledig aan de toegankelijkheidseisen.

De aangenomen moties zetten daarmee stappen richting steviger toezicht, een mogelijk bredere reikwijdte van toegankelijkheidsverplichtingen en meer centrale sturing. De komende periode zal moeten blijken hoe deze voorstellen worden uitgewerkt, en vooral welk effect ze in de praktijk hebben op de toegankelijkheid van digitale dienstverlening.