De korte uitleg: WCAG bevat toegankelijkheidseisen voor webcontent. EN 301 549 is een bredere Europese norm voor ICT en gebruikt WCAG als belangrijk onderdeel. Wetgeving bepaalt vervolgens welke eisen voor jouw organisatie relevant of verplicht zijn.
Dat onderscheid is belangrijk. Een website die voldoet aan WCAG 2.2 niveau AA voldoet daarmee namelijk niet automatisch aan alle toepasselijke eisen uit EN 301 549 of aan alle wettelijke verplichtingen.
WCAG en EN 301 549 in één overzicht
| Onderdeel | WCAG 2.2 | EN 301 549 |
|---|---|---|
| Wat is het? | Internationale toegankelijkheidsrichtlijn van W3C | Europese norm voor toegankelijke ICT |
| Reikwijdte | Webcontent | Onder andere websites, documenten, software, apps, hardware en ICT-diensten |
| Niveaus | A, AA en AAA | Welke eisen gelden, hangt af van het type ICT en de wettelijke context |
| WCAG-basis | WCAG 2.2 | v3.2.1 gebruikt WCAG 2.1; v4.1.1 gebruikt WCAG 2.2 |
| Wettelijke rol | WCAG is op zichzelf geen Nederlandse of Europese wet | Kan worden gebruikt om conformiteit met bepaalde wettelijke eisen te onderbouwen |
| Situatie september 2026 | WCAG 2.2 is de actuele W3C-versie | v4.1.1 is gepubliceerd, maar nog niet de geharmoniseerde wettelijke referentie |
Het verschil zit vooral in de reikwijdte en juridische functie.

Wat is WCAG 2.2?
WCAG staat voor Web Content Accessibility Guidelines. De richtlijnen worden ontwikkeld door het World Wide Web Consortium (W3C) en beschrijven hoe webcontent toegankelijk kan worden gemaakt voor mensen met verschillende beperkingen.
Denk aan voldoende kleurcontrast, een logische koppenstructuur, duidelijke formulierlabels, toetsenbordbediening en ondersteuning van schermlezers.
Bij een onderzoek op WCAG 2.2 niveau AA worden de succescriteria op niveau A en AA beoordeeld. WCAG 2.2 voegde op deze niveaus onder andere eisen toe voor zichtbare toetsenbordfocus, alternatieven voor sleepbewegingen, de grootte of onderlinge afstand van bedieningsdoelen, consistente hulp, het voorkomen van onnodige dubbele invoer en toegankelijk inloggen.
Bij succescriterium 2.5.8, Grootte van het aanwijsgebied (minimum), betekent dit bijvoorbeeld niet dat ieder bedieningsdoel zonder uitzondering minimaal 24 bij 24 CSS-pixels groot moet zijn. WCAG kent verschillende uitzonderingen, waaronder voldoende afstand tot andere bedieningsdoelen.
Lees meer over WCAG 2.2 niveau AA.
Wat is EN 301 549?
EN 301 549 is de Europese toegankelijkheidsnorm voor ICT-producten en -diensten.
De norm is breder dan WCAG. EN 301 549 bevat eisen voor onder andere websites, digitale documenten, software, mobiele applicaties, hardware, communicatievoorzieningen en ondersteuning.
WCAG vormt een belangrijk onderdeel van EN 301 549, maar EN 301 549 is niet simpelweg WCAG met een andere naam.
Ook voor websites en webapplicaties kunnen aanvullende eisen relevant zijn. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde eisen rond ondertiteling en audiodescriptie, gebruikersvoorkeuren, documentatie, ondersteuning en software waarmee content wordt gemaakt.
Een CMS maakt het verschil goed zichtbaar. Je kunt onderzoeken of de interface van het CMS voldoet aan WCAG. Daarmee weet je nog niet automatisch in hoeverre het CMS redacteuren ondersteunt bij het maken en behouden van toegankelijke content.
Welke aanvullende eisen uit EN 301 549 van toepassing zijn, hangt af van de functies van het digitale product en de context waarin de norm wordt gebruikt.
Welke versie van EN 301 549 is nu relevant?
Hier ontstaat in de praktijk veel verwarring.
Op 3 september 2026 is EN 301 549 v4.1.1 gepubliceerd. Deze nieuwe versie gebruikt WCAG 2.2 als basis voor websites, software en digitale documenten.
Dat betekent echter niet dat v4.1.1 sinds die datum automatisch de nieuwe wettelijke toetsingsbasis is.
Voor Europese wetgeving is publicatie van een norm niet hetzelfde als harmonisatie. De Europese Commissie moet de referentie naar een specifieke versie publiceren in het Publicatieblad van de Europese Unie voordat die versie voor de betreffende wetgeving als geharmoniseerde referentie geldt.
| Normversie | WCAG-basis | Status |
|---|---|---|
| EN 301 549 v3.2.1 | WCAG 2.1 niveau A en AA | Geharmoniseerde referentie voor de Web Accessibility Directive |
| EN 301 549 v4.1.1 | WCAG 2.2 niveau A en AA | Gepubliceerd, maar nog niet aangewezen als nieuwe geharmoniseerde referentie voor WAD of EAA |
Voor organisaties betekent dit iets belangrijks: WCAG 2.2 is een actueel en toekomstgericht uitgangspunt, maar voor juridische claims moet je ook kijken naar de normversie die voor de betreffende wetgeving daadwerkelijk is geharmoniseerd.
Wat betekent dit voor overheidsorganisaties?
Voor websites en mobiele apps van overheidsorganisaties geldt de Europese Web Accessibility Directive (WAD).
In Nederland zijn de verplichtingen uitgewerkt via het Besluit digitale toegankelijkheid overheid en de Wet digitale overheid.
Voor de technische beoordeling is EN 301 549 v3.2.1 op dit moment nog de geharmoniseerde Europese referentie. Die versie is gebaseerd op WCAG 2.1 niveau A en AA.
Dat betekent niet dat de volledige EN 301 549 automatisch op iedere overheidswebsite van toepassing is. In de norm is vastgelegd welke onderdelen relevant zijn voor de Web Accessibility Directive.
Een toegankelijkheidsonderzoek is niet de enige verplichting
Een onderzoek geeft inzicht in de toegankelijkheid van een website of app. Voor een overheidsorganisatie houdt de verantwoordelijkheid daar niet op.
De organisatie moet digitale kanalen toegankelijk maken en houden, een toegankelijkheidsverklaring publiceren, verbetermaatregelen uitvoeren en ervoor zorgen dat nieuwe content en functionaliteit niet opnieuw drempels veroorzaken.
Een onderzoeksrapport is dus een belangrijke onderbouwing, maar geen eindpunt.
Wat betekent dit voor de European Accessibility Act?
De European Accessibility Act (EAA) is een andere Europese richtlijn. Sinds 28 juni 2025 gelden in Nederland toegankelijkheidseisen voor bepaalde producten en diensten voor consumenten.
Denk onder andere aan e-handelsdiensten, consumentenbankdiensten, e-books, elektronische communicatiediensten en bepaalde vervoersdiensten. Een gewone bedrijfswebsite valt dus niet automatisch onder de EAA. Het type product of dienst is bepalend.
Voor dienstverleners bestaat onder voorwaarden een uitzondering voor micro-ondernemingen. Het gaat daarbij om ondernemingen met minder dan tien medewerkers en een jaaromzet of jaarlijks balanstotaal van maximaal €2 miljoen.
De EAA vraagt meer dan alleen een WCAG-test
Bij een webshop is niet alleen van belang of afzonderlijke pagina’s technisch aan WCAG voldoen. De volledige e-handelsdienst moet toegankelijk zijn.
Iemand moet bijvoorbeeld zelfstandig een product kunnen vinden, een keuze kunnen maken, gegevens kunnen invullen en de bestelling kunnen afronden. Daarnaast gelden eisen rond informatie over toegankelijkheid, ondersteuning en het toegankelijk houden van de dienstverlening.
Een WCAG-audit kan een belangrijk deel daarvan onderzoeken, maar de conclusie “de website voldoet aan WCAG” betekent niet automatisch dat de organisatie aan alle verplichtingen uit de EAA voldoet.
Een onafhankelijke WCAG-audit, certificaat of keurmerk is voor e-handelsdiensten bovendien niet wettelijk verplicht. De toegankelijkheid van de dienst zelf is dat wel wanneer de dienst binnen de reikwijdte van de wet valt.
Welke rol speelt EN 301 549 bij de EAA?
EN 301 549 v4.1.1 is mede ontwikkeld met de European Accessibility Act in gedachten. De nieuwe versie bevat een bijlage die eisen uit de norm koppelt aan toegankelijkheidseisen uit de EAA.
Ook hier geldt: publicatie is nog geen harmonisatie.
Op 23 september 2026 is v4.1.1 nog niet officieel aangewezen als geharmoniseerde referentie voor de EAA. Daardoor levert voldoen aan deze nieuwe versie op dit moment nog niet automatisch het juridische vermoeden van conformiteit op dat bij een geharmoniseerde norm hoort.
Dat maakt WCAG 2.2 of EN 301 549 v4.1.1 niet minder nuttig. Ze bieden juist een actuele technische basis om digitale toegankelijkheid te verbeteren. Wel moet je onderscheid blijven maken tussen voldoen aan een technische norm en voldoen aan alle wettelijke verplichtingen.

Wat moet je dan laten onderzoeken?
Begin niet alleen met de vraag: “Willen we een WCAG-audit?”
Een nuttigere vraag is: “Wat moeten we met dit onderzoek kunnen aantonen?”
Voor een overheidsorganisatie kan het onderzoek bijvoorbeeld nodig zijn als onderbouwing van een toegankelijkheidsverklaring. Voor een webshop kan het doel juist zijn om drempels in een volledige klantreis te vinden. En bij software of een digitaal product kunnen aanvullende eisen uit EN 301 549 relevant zijn.
Daarom moet vooraf duidelijk zijn:
- welke WCAG-versie en welk conformiteitsniveau worden onderzocht;
- welke onderdelen van EN 301 549 relevant zijn;
- welke wet- en regelgeving op de organisatie of dienst van toepassing is;
- welke website, app, documenten of processen binnen de scope vallen;
- wat het onderzoeksrapport uiteindelijk moet onderbouwen.
Audit House voert volledige WCAG 2.2 AA toegankelijkheidsonderzoeken uit. Daarbij gebruiken we de WCAG-EM onderzoeksmethode om de scope, steekproef en onderzoeksresultaten onderbouwd vast te leggen.
Waar nodig kijken we daarnaast naar de aanvullende eisen en wettelijke context die voor jouw organisatie, website, app of digitale dienst relevant zijn.
WCAG en EN 301 549 zijn geen concurrenten
Je hoeft niet te kiezen tussen WCAG en EN 301 549.
WCAG beschrijft toegankelijkheidseisen voor webcontent. EN 301 549 plaatst die eisen in een bredere Europese ICT-norm en voegt waar nodig aanvullende eisen toe. De toepasselijke wetgeving bepaalt vervolgens welke onderdelen en welke normversie juridisch relevant zijn.
Daarom is een goede onderzoeksopdracht minstens zo belangrijk als het rapport zelf. Zo voorkom je dat na afloop blijkt dat iets anders is onderzocht dan wat je voor compliance, inkoop of een toegankelijkheidsverklaring nodig had.